Vastgesteld in de AK's van 19 februari 2015

Onderstaande opdrachtformulering vormt een onderdeel van het plan van aanpak om te komen tot een Kampenbredekeuze inzake de kerkgebouwen.

De werkgroep wordt geacht in ieder geval een reactie en onderbouwing te geven op de in deze opdracht geformuleerde vragen.

In het proces is de eerste, van groot belang zijnde processtap stap 1. In deze stap wordt de wijkgemeenten (WG) gevraagd zich in twee stappen uit te spreken over de toekomst. Op welke wijze (1) en in wat voor soort gebouw (2) kan en wil de WG kerkzijn? Deze twee vragen zijn onder te verdelen in drie substappen.

1A. Om te komen tot een keuze voor een bepaald kerkgebouw zal de WG zich moeten uitspreken over hoe zij denkt het gemeentezijn in te vullen in de toekomst. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van reeds beschikbaar materiaal. De vorm waarin de werkgroep samen met de WG een antwoord op deze vraag organiseert is vrij. In het kader van draagvlak zal de werkgroep minimaal één keer de wijkgemeenteleden in het proces betrekken. Dit gebeurt uiterlijk in week 12 of 13. De werkgroep uit de desbetreffende WG rapporteert aan de stuurgroep het resultaat van deze eerste stap.

De output die de stuurgroep van de werkgroep voor dit onderdeel verwacht is niet nader gedefinieerd. Voor de werkgroep is het van belang dat er in fase 1A voldoende (gerichte) informatie naar boven komt die helpt om aan de slag te gaan met fase 1B.

1B. Vervolgens zal de WG moeten bepalen wat de gekozen / gewenste vorm van gemeentezijn voor consequenties heeft voor de huisvesting van de WG. Nadrukkelijk dient dit onderdeel los van de huidige gebouwen te worden bepaald. Het gaat er dus om om een soort 'verlanglijstje' / programma van eisen neer te leggen. Dit plaatje dient zo concreet mogelijk te zijn en mag ook gevoelselementen bevatten. De WG wordt gevraagd om zowel eisen als wensen aan te geven. Nadrukkelijk zij vermeld dat de wijkgemeente wordt gevraagd om een ideaalplaatje om – los van de huidige gebouwsituatie - na te kunnen denken over de toekomst. Tevens moet helder worden dat van te voren bekend is dat de invulling van dit plaatje nooit voor 100% zal plaatsvinden en dat er – mede op basis van solidariteit – (later) keuzes dienen te worden gemaakt. De WG wordt verzocht om rekening te houden met de huidige situatie in de wijk en met de te verwachten ontwikkelingen in de toekomst. De WG wordt ook gevraagd om zich uit te spreken hoe zij aankijkt tegen de verhouding tussen 'gebouw', 'pastoraat' en 'diaconaat'.

De minimaal verwachte output omvat een antwoord op de volgende vragen.

Hoe verwacht de WG dat de leden- en bezoekersaantallen zich zullen ontwikkelen tot 2025 en op basis waarvan?

Zijn er andere ontwikkelingen op de termijn van 10 – 15 jaar waarvan verwacht wordt dat deze van invloed zullen zijn op de huisvesting van de WG?

Hoe kijkt de WG tegen onderlinge solidariteit (Kampenbreed) aan en wat betekent dat concreet voor de WG?

Hoe ziet de WG de verhouding tussen 'gebouw' en 'pastoraat' en 'diaconaat'? Wat krijgt wanneer het accent?

Wat voor uitstraling heeft het gebouw? Denk aan bijvoorbeeld open, uitnodigend of streng en gesloten of kerkelijk of juist niet.

In wat voor soort omgeving staat het kerkgebouw idealiter? Denk bijvoorbeeld aan buurt of stad, woonwijk, gemengd gebied e.d.

Welke bereikbaarheidseisen stelt de wijkgemeente? Denk aan parkeren, afzetten ouderen, fietsen e.d.

Welke ruimten heeft het gebouw nodig, waarvoor worden deze gebruikt en hoe groot zijn deze? Neem hierin eventuele buitenruimten mee.

Hoe liggen deze ruimten idealiter ten opzichte van elkaar?

Welke specifieke eisen worden er gesteld aan de ruimten? Denk aan verwarming / koeling, verlichting, daglicht, uitzicht, geluiddichtheid, hoogte etc.

1C. De derde stap in het proces van de WG is het uitspreken van een gemotiveerde voorkeur voor één van de zes gebouwen. Naast een eerste voorkeur dient een tweede voorkeur te worden aangegeven. Tevens dient per keuze te worden aangegeven hoe de wijkgemeente denkt dat de keuze zich verhoudt tot de uitgesproken wensen. Over de keuzes dient in de wijkkerkenraad te worden besloten, alvorens de WG haar bevindingen neerlegt bij de stuurgroep.

Indien nodig en gewenst kan de werkgroep gebruik maken van externe expertise.

Agenda

Kerkdiensten