Geboren te Schoonhoven, 12 maart 1921 – Gestorven te Kampen, 27 januari 2016

Na een kort ziekbed is zij op bijna 95-jarige leeftijd overleden: onze zuster in Christus Nel Goudriaan-de Gruijter. Ze woonde de laatste jaren in de Amandelboom, Wederiklaan 2. Op woensdag 3 februari is de afscheidsdienst gehouden in de Burgwalkerk, waarna haar lichaam op de Algemene Begraafplaats te ruste werd gelegd bij haar man Piet, die in 2005 overleed. Tot op hoge leeftijd bleef zij helder en betrokken bij het wel en wee van haar kinde­ren, klein- en achterkleinkinderen. Een betrokken vrouw was zij, die met haar tijd was mee ge­gaan, die wist waar zij voor stond en wat (b.v.) het geloof voor haar betekende.
Dat werd duidelijk in de keuze van de liederen en de lezingen voor haar uitvaart. Heldere ideeën had zij daarvoor aan haar kinderen nagelaten. Het mocht er gaan over de Heer, Die haar herder was geweest en over de bazuinen die zouden klinken, eens, als 'alles nieuw' zou zijn (Openbaring 21: 5a). Maar ook over de vertrouwde en goede Naam van Jezus die ons als troost in de oren klinkt. Dat die Naam er juist vooral in de schaduwen was, liet zij ons weten via het Avondgebed uit de Lutherse traditie: 'Heer, blijf bij ons, want het is avond geworden ...' Deze woorden hebben we samen gebeden.
Ontroerend waren de herinneringen die de kinderen putten uit haar rijke leven: verhalen te óver! Ontroerend was ook het woord dat boven aan de rouwkaart stond: uit de eerste woor­den van de 'Belijdenissen' van Augustinus: 'Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U, o God'. Zo wilde ze het daar hebben, ook bij haar Piet. Geloofsvertrouwen, ten diepste toe!
Nel Goudriaan-de Gruijter: dat zij moge rusten in vrede! We leven mee met haar kinderen en kleinkinderen en bidden voor hen om Gods kracht voor de tijd die komt. (Ds. Ad van Noord)
* Daarle, 24 juli 1943                                                            † Kampen, 6 januari 2016

Met Riet is – na een ziekbed van enkele jaren – een onbaatzuchtige, liefdevolle, presente en opgewekte vrouw, moeder en oma gestorven. Zo typeerden haar twee zonen haar tijdens de dienst in de Burgwalkerk, waarin wij haar op 11 januari jl. herdachten. Samen met haar Rien is Riet de laatste jaren van haar leven ook gelóvig gegaan. Thuis (Beijerinckstraat 41) en in het ziekenhuis hebben we veel met elkaar gepraat: ontroerende gesprek­ken waren dat vaak, want wát híng Riet aan het leven ... Dat zij ziek werd, daar kon zij mee omgaan en met haar krachtige karakter vócht ze zich steeds weer een weg naar de toe­komst, maar dat er – be­trekkelijk zó vroeg al – een eind aan haar leven kwam, dat vond zij zo moeilijk te verteren ... Daarom zette ze zich helemaal in voor de revalidatie, overwon ze de afasie, gaf weer stem aan haar gedachten en gevoelens en gaf zij zich in een later sta­dium ook voluit aan alle be­handelingen over. Totdat zij wist dat het niet meer verder kon.
Eerder hadden we al gesproken over de afscheidsdienst: eenvoudig moest die zijn, maar ook mocht er dankbaarheid in doorklinken en veel gezongen worden, want zingen had haar hárt (zóveel jaren bij 'Immanuel' b.v.). Als ik terugblader in de orde van dienst, bedenk ik me hoeveel getuigenis van hoop en liefde er in de liederen en de lezingen zat. Van die prachtige Psalm 121, die we aan haar bed enkele malen lazen, tot het verhaal waarin de storm gestild wordt (Mt. 14: 22-33) en de redding nabij is: tastbaar, 'Wees maar niet bang, zegt Gij, hier is mijn hand' (Lied 917). Het was een voorrecht om met Riet haar laatste gang te mogen delen, ik kan het niet anders zeggen. Daarnaast was het bijzonder om te zien met hoeveel trouw en inzet Rien doorheen het hele proces 'naaste' is geweest: met onvermoeibare liefde en toe­wij­ding. 'Vanzelfsprekend' vond hij dat natuurlijk, maar ik geef het je te doen: het was óók voor hem een heel zware periode!
Riet van Dijk-Kleinjan: een bijzondere vrouw. Bedroefd nemen we afscheid van haar, maar geloven – ook door háár getuigenis – in het Licht dat overwon en zij woont in 'het land voorbij de ziekte en de pijn'! Dat zij ruste in vrede.

ds. Ad van Noord
* Maartensdijk 27-09-1944                                                        † Kampen 7-12-2015

Op maandag 7 december 2015 overleed: Arie Wilhelmus Jens, Burgwal 45-234, 8261 EP Kampen, in de leeftijd van 71 jaar. Arie werd geboren op 27 september 1944 in Maartensdijk, tegenwoordig gemeente Utrecht. Hij verliet al vroeg, op zijn zeventiende, het ouderlijk huis om in dienst te gaan bij de Koninklijke Marine. Daar kreeg hij een gedegen technische opleiding. In 1965 trouwde hij met Annie Rozendal. Samen kregen ze twee kinderen en er zijn nu vijf kleinkinderen. Via Vlaardingen en Anna Paulowna kwamen ze in 1971 in Kampen wonen in een flat aan de Jacob Catsstraat, die ze in 1977 verruilden voor een woning aan de Esdoornhof, waar ze tot dit jaar, 2015, hebben gewoond. Toen Arie, na zijn dienstverband bij de Koninklijke Marine, werk aan de wal zocht, kreeg hij een baan als technicus bij de firma Koldijk, waar hij 19 jaar bleef. Daarna heeft hij nog 14 jaar met veel plezier bij de firma Schuuring in Harderwijk gewerkt.
Arie was altijd zeer sociaal bewogen en hij stond altijd voor andere mensen klaar. Vanaf zijn pré pensioen ging zijn gezondheid achteruit. Hij ging gebruik maken van een scootmobiel en een aangepaste auto. Dit zorgde ervoor dat hij en Annie nog lange tijd behoorlijk mobiel bleven. De tuin en het tuinhuisje aan de Esdoornhof waren hem dierbaar. Toch werd zijn gezondheid zoveel minder dat hij moest worden verzorgd in Myosotis. Ondertussen werd een aanvraag ingediend om in Huize Margaretha samen een appartement te mogen gaan bewonen. Daarvoor kwam uiteindelijk toestemming. Arie zei “Al kan ik er nog maar een paar maanden samen met Annie wonen, dat zou ik al heel fijn vinden.” Het zijn uiteindelijk maar een paar weken geworden. Zijn lichaam kon niet verder. Arie was een heel gelovige man die ook graag zong over zijn geloof. Hij zong in meerdere koren en hij zag uit naar de tijd dat hij in het engelenkoor mee zou mogen zingen. Samen konden we, vanuit ons geloof, belijden dat de allermooiste tijd nog zal komen! In die wetenschap kunnen we Arie overdragen in de handen van God. In de afscheidsdienst en dankdienst voor zijn leven, op vrijdag 11 december in de Burgwalkerk, lieten we ons leiden door de woorden uit Romeinen 8. Daar wordt de vraag gesteld: Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? En daar wordt beleden dat niets, maar dan ook helemaal niets, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God welke is in Christus Jezus, onze Here. Moge die wetenschap zijn vrouw Annie, de kinderen, kleinkinderen en allen die Arie nu moeten missen, troost geven en bemoedigen op de weg die zij nog mogen gaan.
(Ds. Aafko de Vries, Nijverdal)
* 27 maart 1945                                                                                  † 14 juni 2016
Vanuit de Burgwalkerk ,waar hij vanaf zijn komst naar de Hogeschool ter kerke ging ,is maandag Gerrit Douma naar zijn graf in Leeuwarden gebracht. De vriend sinds de studietijd, ds. Aage Smilde uit Dordrecht , ging voor in de dankdienst voor zijn levenIn twee jaar had een zware ziekte hem gesloopt.
" No man is an island ", zei John Donne (1624). Een mens is geen eiland , maar een deel van het vasteland. Wanneer een mens sterft, worden allen armer. We horen een scheuren als van een hoofdstuk uit een boek en vrezen dat de bladen wegwaaien op de stormwind van de tijd. Maar onze levensbladen worden vertaald ("overgezet") in een betere taal en door Gods hand gebonden in zijn boek.
Nu reeds leeft de Kerk van deze paradox. Want zij verzamelt zondaars rondom Christus. Deze kerk heeft Gerrit Douma beleden en gediend. Scriba van wijkkerkenraad III (de "studenten- wijk" 1979-83),voorzitter van de KAZ (1986-90), voorzitter van wijkkerkenraad IV (Burgwalkerk 1997-2000) en voorzitter van het College van Diakenen (2005-2009). In breder verband was hij lid van de classis en de particuliere synode. Er zijn in ons midden meer van zulke mensen geweest. Maar wanneer zij in onze tijd op leeftijd sterven, ontdaan van de gaven van vroeger, wordt hun betekenis voor de kerk licht vergeten.
Gerrit Douma is nooit meer echt uit Kampen weggeweest. Meer dan dertig jaar heeft hij gewerkt voor de Theologische Hogeschool ( later Universiteit)van de Gereformeerde Kerken in Nederland die hier in 1854 werd gesticht en die hij in een tijd van grote veranderingen en spanningen zag uitgroeien tot de tweede faculteit van ons land. Op het hoogtepunt waren er hier 440 studenten.
Zijn niet geringe maatschappelijke bijdragen hoeven hier niet genoemd. Wel, dat hij na zijn vervroegd uittreden toestemming kreeg van de Gereformeerde classis en later van de PKN kleine synode om in kerkdiensten voor te gaan. Zo heeft hij de laatste twaalf jaar in een wijde cirkel rond Kampen, en ook bij ons in Open Hof, Wester- en Burgwalkerk gepreekt.
Daarbij trof, naast de Schriftuitleg, de zorgvuldige voorbereiding van de gebeden. In de Kerkbode schreef hij verrassend mooie meditaties. Zijn boek Kleuren in de Tijd (Kok, Kampen 1996) geeft daar voorbeelden van. In de week voor Palmzondag lazen we zijn laatste. Hij sprak van de vele misverstanden rond de Hosannaroep. Wij wedden op de leeuw, niet op het lam. Als de kerk dan toch Hosanna zingt, is dat op een bepaalde manier en in een bepaald verband. Zij heeft een andere interpretatie van het mensenleven en het wereldgebeuren.
Daarom staat ons Hosanna in de liturgie van het Avondmaal , tussen Sanctus en Agnus Dei, tussen het driewerf Heilig en het Lam dat der wereld zonden draagt. In deze laatste meditatie van Gerrit Douma kwam de leer van de kerk tot zingen.
Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over hem en geef hem Uw vrede.
J. Faber

Agenda

Kerkdiensten

Activiteiten