* Leens, 18 september 1928                                                 † Kampen, 22 februari 2015

Onverhoeds was hij gestorven, op zondagavond. Vooraf wees niets erop dat het minder ging met René maar zo ineens werd hij niet goed, moest naar het ziekenhuis en ging daar tot zijn Heer. Een bijzonder mens was hij, die na het diep betreurde heengaan van zijn vrouw Lettie, op 5 maart 1998, langzamerhand weer een eigen weg door het leven had hervonden.
Groninger van het zuiverste water was hij, maar even makkelijk op zoveel andere plaatsen geaard. Het langst in Kampen. Daar was hij actief als bankdirecteur en later ook als vraagbaak voor velen. Reizen was zijn lust en zijn leven. De wijde wereld was zijn vaderland.
Jarenlang was hij actief binnen onze gemeente: zijn financiële achtergrond kwam hem daar goed bij van pas. Op een gegeven moment raakte de kerk meer op de achtergrond, maar het geloof was voor René altijd de kern van zijn bestaan. Woorden uit Psalm 43, over Gods licht en zijn waarheid, waren wezenlijk voor hem. Maar tegelijk kon hij ook lachen om de nuchterheid van Prediker 3. Het zijn die woorden die hebben geklonken tijdens de afscheidsdienst op 28 februari in de Bazuinkerk. Met velen waren we daar samen om deze bewogen mens te gedenken, de prachtige liederen te zingen die hij voor deze dienst had uitgezocht en ons meeleven te betuigen aan zijn dochter Sophia en haar zoons Paris en Auguste om wie René zich steeds actief bekommerde.
Het was goed deze mens gekend te hebben. Dat hij moge rusten in vrede

ds. Ad van Noord


* Kampen, 25 maart 1959                                                † Zwolle, 12 september 2014

Woorden die ik sprak aan het begin van Pieter's afscheidsdienst in een overvolle Burgwal­kerk:

'Pieter Dokter: je lieve, líeve man, vader, kind, broer, kijker, makker, kunstenaar, filosoof, toe­ge­wijde in lange jaren, mens, vech­ter, ménsenmens, moedig, blij, ziek, vrijbuiter, maat, machte­loze, pra­ter, opti­mist, altijd-aan-de-ander den­ker, keek je áán, deler,zó ziek, vrij van oordeel over de ander, natuurliefhebber, zorgzaam - soms té, voe­ler, zichzelf wegcijferend, engel, vriend van zo velen, zo zát van dat zieke lijf ... Pieter: zo lang, maar zo kort van jou, van jullie. Hij: een rijke mens ... voor iedereen, jong en oud!

Welkom: U en jullie allemaal! 'Amélie' ('La Valse d'Amélie' uit de gelijknamige film – v.N.) : daar kwamen we mee binnen. Dat vond Pieter zo fijn om te ho­ren, als Marjanneke het speelde wanneer hij thuis kwam uit Zwolle. 'Fijn dat jullie er zijn', zou hij zeggen. Maar het is wel een afscheidsdienst! Natuurlijk willen we hier niet zijn vanmorgen ... Maar we moeten wel. Het was óp, helemaal óp. Lijf, waar ben je? Lijf, waar ga je naar toe? Deze kring dus: om hém te gedenken, om als een muur rond Ina, Matthijs, Simon en Melanie en Marjanne­ke te staan. Om woorden van hoop te horen, van geloof en van liefde. Dat allemaal, weet je?'

Achttien jaar ziek geweest, vanaf z'n 37e. Moedig gevochten: twee niertransplantaties en toch blijven dialyseren. Wat hebben die jaren voor een stempel gezet op zijn leven én op het leven van Ina en de kinderen ... En toch bleef er altijd, althans: heel lang, die moedige blik in z'n ogen, de hartelijkheid en belangstelling voor iedereen.

Maar dat het zwaar was ... allemensen! Voor zichzelf dacht hij af en toe het beeld van Simson, een van Israël's richteren. Gevangengenomen door de Filistijnen moet hij in een donkere kerker een zware molensteen slepen, dag in, dag uit. Zo voelde Pieter zich af en toe.

Er viel ontzettend veel over hem, zijn leven, zijn eigenzinnig geloven te vertellen. Woorden daarvoor schieten al snel tekort. We waren er in de dienst samen een moment stil van, écht stil – met elk onze eigen gedachten. Bijzonder om mee te maken, zeker waar al deze ge­dachten werden verbonden met de steeds weer indrukwekkende woorden uit 1 Korinthe 13.

Pieter, deze mens, heeft geknokt, geworsteld, maar hij is niet onder gegaan, nee bóven gekomen. Dat is, in alle verdriet voor wie na hem blijven, toch troost. Een groet, dus: 'Heb geluk', dat zou hij tegen ons zeggen. Pieter Dokter: dat hij moge rusten in vrede!

Ds. Ad van Noord

* Wilsum, 11 april 1941                                                  † Kampen, 24 augustus 2014

Een moedige, blije man was hij: Dick de Ruiter. Met een leven waarin licht en donker niet aan hem voorbij gingen. Wat was het ingrijpend, toen er – vier jaar geleden – een ernstige longtumor bij hem werd vastgesteld. Er kwam een grote operatie, een lange periode van revalidatie en geestelijke verwerking van wat zo onverwacht gebeurd was. En toch ook nieuwe kansen. Samen met Stijntje kon het leven weer geleefd worden: de daagse dingen, de fietstochten, de camping.
Opgegroeid was hij als jonge jongen in het mooie Wilsum, met zijn rijke natuur en weidse vergezich­ten. Een handige man wiens grootste liefde het was om aan fietsen te knutselen. Daar maak­te hij dan ook zijn dagelijks werk van. Tot lang nadat hij officieel met werk gestopt was. Breed hadden ze 't niet, in die 'goeie ouwe tijd', maar samen maakten ze er wat van, daar in dat dorp aan de rivier. School, kerk, familie, vrienden, vriendinnen en voetbal – van alles was er te doen. Mooi, een jong en werkzaam leven. Je zou bijna zeggen: 'Zoals het hoort'. Hoe hard moet het voor hem zijn geweest, toen zijn eerste vrouw Diny plotseling overleed. 27 jaar was ze nog maar ... Van het ene op het andere moment stond hij er alleen voor. Onvoorstelbaar drama in het leven van zo'n jonge kerel.
Hoe moet je dan verder? Heeft hij het allemaal in stilte verwerkt? Heeft hij met God gevoch­ten? Daar, bij Hem zijn levensvragen neergelegd? Ik denk het wel. Ergens, diep van binnen, hebben die oude woorden rondgezongen: 'Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij'.
En hij kwám er door. Zeker ook toen hij Stijntje, tegenkwam. Wat moet dat voor hen beiden prachtig zijn geweest. Want zij wist ook wat zorg en verdriet was. Zij had, samen met Peter, René en Berry moeten knokken om het verlies van haar Berend te verwerken.
Een nieuwe liefde in je leven. Negen jaar waren ze alleen geweest. Alleen, in de verwerking van hun eigen, grote verdriet. En dan gloort daar geluk aan de horizon! Wat 'n zegen ... In de huwelijksdienst in 1981 werd gelezen uit Psalm 138. Vs. 3 was de trouwtekst: 'Ten dage dat ik riep, hebt Gij geantwoord, Gij hebt mij bemoedigd met kracht voor mijn ziel'. Ze hadden allebei geroepen in groot verdriet, kracht gekregen om zich erdoorheen te vechten en nu stonden ze daar samen en kregen Gods zegen. Voor een nieuwe start, een nieuwe weg.
In 2007 kwam er nóg een klap, toen Berry onverwacht overleed. Het leven was hem te zwaar – het maakte hen beiden een stuk ouder, maar ook nu konden ze verder, hoe dan ook.
En toen kwam enkele weken geleden het bericht dat de terugkerende pijnklachten een droevige reden hadden: er was geen genezing meer mogelijk. Dick was verdrietig, terneergeslagen. Zo onverwacht ... Maar samen met Stijntje is hij die laatste weken gegaan, totdat hij zondag 24 augustus onverwacht stierf. In vrede.
Enkele dagen later hebben we hem begraven. Vlakbij Berend en Berry. Hoe kan het leven tekeer gaan ... Maar hoeveel hoop is er ook en daarvan spraken we tijdens de afscheids­vie­ring vanuit de Bazuinkerk. Stijntje moet alleen verder, met de kinderen en kleinkinderen, maar ook met zoveel prachtige herinneringen! We wensen haar Gods kracht in het gaan van die weg. Dick de Ruiter, dat hij mag rusten in vrede.

Ds. Ad van Noord
* Oldemarkt, 24 juni 1938                                                  †  Kampen, 9 augustus 2014

Een lange weg is Willemien gegaan: ruim drie jaar was ze ziek. Maar wat hééft ze die tijd op een bewonderenswaardige manier geleefd ... Alles liep ook zo door elkaar: eerst proberen te verwerken hoe ernstig ziek je bent, de behandelingen voor de ingewikkelde tumor en alles wat zoiets met je lichaam en je ziel doet. Maar dan ook ineens worden geconfronteerd met het even ernstig ziek zijn van Egbert en zijn sterven, vorige zomer. En weer doorgaan, moe­dig en in vol vertrouwen. En daarbij ook moeder en oma zijn ... Onvoorstelbaar was het voor wie het van dichtbij meemaakten, daar, aan Oudestraat 84.
Ik heb Willemien niet vaak horen klagen, terwijl er toch heel wat ongemakken waren. Maar daar wilde ze niet van horen. Eerder was ze – uiterst oprecht – benieuwd hoe het jóu ging.
Hoe broos werd ze, gaandeweg. Maar ook: hoe markant was ze (altijd al geweest en nu des te meer) in hoe ze dacht en deed. Met respect voor de mening en het geloof van de ander, was ze ook helemaal zichzelf in hoe zíj zélf geloofde en koos voor wat zij wezenlijk vond.
Samen met Egbert, die ze zo miste, vormde ze een mooi koppel dat veel gelukkige jaren kende, ondanks de zorgen die er soms ook waren, maar wat ging ze daar nuchter mee om!
Een diep en eigen geloof was in haar gegroeid. Geloof dat terug te vinden is in de ontroe­rende woorden van Reiner Maria Rilke uit zijn gedicht 'Herfst':

En toch ... één is er die dit vallen
oneindig zacht in handen houdt.

Met overtuiging plaatsten de kinderen, Thea, Egbert en Jenne Marieke, deze woorden boven de rouwbrief. De herinneringsdienst was op donderdag 14 augustus: daar hebben we stilgestaan bij het leven en het sterven van deze bijzondere vrouw tegen de achtergrond van Paulus' woorden uit 1 Cor. 13. Want uit Christus' liefde heeft ze geleefd, hoe intens soms ook haar vragen waren.
Willemien Bleijenburg-Holtrop: wij gedenken haar in eerbied –dat zij ruste in vrede.

Ds. Ad van Noord

Agenda

Kerkdiensten

Activiteiten